|
Nieuwsberichten28 september 2006
Dreigend personeelstekort: niet de kop in het zand steken!
Het weekblad Binnenlands Bestuur van 22 september zet ten onrechte vraagtekens bij een raming in het RVZ-advies Arbeidsmarkt en Zorgvraag. Daarin wordt berekend dat de gezondheidszorg in 2040 behoefte heeft aan 700.000 extra personeelsleden. In het bewuste artikel wordt gedaan of het getal niet zou kloppen. Dat suggereert ook de ondertitel “het is giswerk, want de berekening is gebaseerd op veronderstellingen”. Dat is een waarheid als een koe, maar is niet elke berekening gebaseerd op veronderstellingen? Zoals de doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s dadelijk?
Het meest verontrustende vindt de RVZ de suggestie “laat het maar gebeuren, want het klopt toch nooit precies” die uit het artikel spreekt. Dat wil de RVZ met kracht verwerpen. Er zal een groot tekort komen. Daarover is iedereen het eens. De RVZ heeft in het advies ook duidelijk gemaakt: het is een structureel en geen conjunctureel probleem. Het probleem lost niet op als de economie even gaat tegen zitten. Er is immers sprake van een krimpende beroepsbevolking en een stijgende zorgvraag.
Hoe is het getal van 700.000 berekend? De RVZ heeft het getal overgenomen uit de publicatie ‘De arbeidsmarkt voor verpleegkundigen, verzorgenden en sociaal pedagogen in de zorgsector 2004-2008’ van Prismant (pagina 41 van het onderzoek van Prismant). De berekening van Prismant is gebaseerd op de publicatie ‘Vier toekomstscenario’s voor overheid en zorg’ van het CPB. In deze publicatie worden projecties voor de zorg (en de overheid) tot 2040 gepresenteerd. In dit onderzoek, onderdeel van het bredere CPB onderzoek ‘Vier vergezichten op Nederland’, worden 4 scenario’s beschreven aan de hand van twee ‘beleidskeuzen’: meer of minder internationale samenwerking en meer of minder collectieve voorzieningen. Op basis hiervan zijn prognoses gemaakt, onder andere voor de personeelsbehoefte in de zorg. Volgens het CPB stijgt het percentage werkgelegenheid in de zorg ten opzichte van de totale werkgelegenheid in het Global Economy scenario van 10,8% in 2001 naar 18,5% in 2040. In de overige scenario’s stijgt het percentage minder. Respectievelijk van 10,8% tot 16,4; 17,7 en 18,3 % in 2040.
Prismant heeft vervolgens in haar publicatie ‘De arbeidsmarkt voor verpleegkundigen, verzorgenden en sociaal pedagogen in de zorgsector 2004-2008’ het percentage van 18,5 omgerekend naar absolute aantallen personen. Zij komt uit op 700.000 extra personen in 2040. Dit getal valt mede hoog uit omdat in de zorg veel in deeltijd wordt gewerkt. Ook gevoelsmatig moet de raming van een paar 100 duizend mensen extra kloppen. Als we uitgaan van ongeveer één miljoen werkzame mensen in de zorg en deze nemen 10,8 procent van de werkgelegenheid voor hun rekening, dan leidt een stijging naar 18,5 procent al snel tot een stijgende personeelsbehoefte van enkele 100 duizenden. Of dat precies 700.000 zal zijn is natuurlijk niet te zeggen. Vandaar dat het ook niet op de 10 duizendste is uitgerekend: bijvoorbeeld 652.384 extra mensen. De ronde getallen geven een zekere marge aan.
Waarom gebruikt de RVZ juist dit getal? Het ministerie van VWS gebruikt het percentage uit het Global Economy-scenario in de begrotingen vanaf 2005. Zij gebruikt het dus in de beleidsvorming. Daarnaast rekent Prismant met het getal, een onderzoeksbureau in de zorg dat vaak ramingen voor VWS uitvoert, en heeft het CPB het percentage berekend. VWS berekent in de begroting 2005 zelfs nog een hoger tekort door een aanname van het CPB over de arbeidsproductiviteitsontwikkeling te wijzigen: in 2025 zal ruim 22% van beroepsbevolking in de sector zorg en welzijn werkzaam moeten zijn. In dezelfde begroting 2005 koppelt zij daaraan een streefwaarde. Volgens deze VWS-begroting mag in 2025 niet meer dan 20% van de beroepsbevolking in de sector werkzaam zijn. In de VWS-begroting 2006 is deze streefwaarde bijgesteld naar 18%. Juist uit deze berekeningen van VWS en het CPB kwam de adviesvraag aan de RVZ voort. Welke maatregelen zijn nodig om dit tekort geen waarheid te laten worden?
Welke maatregelen zijn nodig? Om te voorkomen dat tekorten ontstaan zijn volgens de RVZ maatregelen nodig die de vraag naar zorg verminderen (bijvoorbeeld door ondersteunen van zelfredzaamheid en mantelzorg, en inzetten van ICT en andere moderne hulpmiddelen) en het aanbod aan arbeidskrachten vergroten (bijvoorbeeld door meer deeltijders meer uren te laten werken, ouderen langer te laten werken en concurrerende arbeidsvoorwaarden aan te bieden).
Voor de langere termijn zijn ingrijpende keuzes echter onontkoombaar. Vroeg of laat betekent een tekort aan personeel namelijk ook: inleveren op kwaliteit. Nu investeren in preventie, arbeidsbesparende bouw, een markt voor persoonlijke dienstverlening en kinderopvang is daarom noodzakelijk. Sociale partners worden door de RVZ opgeroepen te zorgen voor arbeidsvoorwaardelijke regelingen die de aantrekkelijkheid van de sector vergroten.
Gekoppelde adviezen:
Arbeidsmarkt en zorgvraag
|