Persbericht 1
Patiënt moet klant worden
Zoetermeer, 2 september 2003 - De patiënt moet informatie over de kwaliteit van zorg krijgen en daarnaast een betaalrelatie met degene van wie hij of zij diensten afneemt. Alleen zo kan de patiënt in de gezondheidszorg de klant worden die koning is, zoals dat in andere sectoren vaak het geval is. In het advies ‘Van patiënt tot klant’ dat de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) op 2 september heeft aangeboden aan de bewindslieden van Volksgezondheid Welzijn en Sport, minister drs. J.F. Hoogervorst en staatssecretaris mevrouw drs. C.I.M.J. Ross-van Dorp, staan suggesties om de aanbieders van zorg te prikkelen beter te luisteren naar wat de patiënt wil.
Uit het advies van de Raad blijkt dat het nog niet goed is gesteld met de positie van de patiënt. Ondanks wetgeving voor de rechten van patiënten en aandacht voor bejegening in (para-) medische opleidingen, houden dokters en zorginstellingen nog te weinig rekening met de wensen van de patiënt. En dit, terwijl al geruime tijd het overheidsbeleid is gericht op vraagsturing. Wil de cliënt in de zorgsector een gelijkwaardige positie krijgen, dan moet de cliënt zo veel mogelijk een ‘gewone’ klantrelatie krijgen, zoals dit ook in andere sectoren van de samenleving het geval is. De ‘gewone’ klant baseert zijn beslissingen op vergelijkingen van prijs en kwaliteit. Op dit moment speelt de prijs meestal geen rol. Daarom stelt de RVZ een directe betaalrelatie voor tussen zorgaanbieder en patiënt. Bovendien vindt de Raad dat er meer informatie over de kwaliteit van de geleverde zorg moet komen, waaraan patiënten vervolgens betalingsconsequenties kunnen verbinden. Ook de beschikbaarheid van zorg bepaalt de keuze van de patiënt.
Directe betaalrelatie
De patiënt moet kunnen kiezen enerzijds voor zorg gekoppeld aan een systeem van restitutie of, waar mogelijk, zorg op basis van een persoonsgebonden budget, en anderzijds voor zorg in natura.
Bij een restitutiesysteem of een PGB koopt de klant zelf zijn zorg bij de aanbieder in en kiest daarmee voor een systeem van restitutie en/of persoonsgebonden budget. Cliënten moeten, zo beveelt de Raad aan, niet alleen in de care (AWBZ-gefinancierde zorg), maar ook in delen van de cure (tweede compartimentszorg) persoonsgebonden budgetten kunnen krijgen. Dit is nu niet het geval.
Bij zorg in natura betekent dit dat de klant een beroep doet op de zorgplicht van de verzekeraar en deze vraagt namens hem zorg in te kopen.
Patiënten die niet kunnen of willen kiezen en niet mondig genoeg zijn om voor de eigen belangen op te komen, hebben extra bescherming nodig. Naast het feit dat de overheid moet garanderen dat de zorg van goede kwaliteit is, moeten organisaties van cliënten en patiënten betrokken worden bij de zorginkoop door verzekeraars (zorg in natura).
Informatie en “after sales service”
Niet alleen de betaalrelatie van de patiënt moet veranderen. Ook de informatie over de kwaliteit van zorg moet verbeteren. De rol van klant impliceert dat de patiënt iets moet kunnen ondernemen wanneer de geboden zorg onder de maat is. Alhoewel garanties op genezing of gezondheid in de zorg niet gegeven kunnen worden, moet de patiënt wel mogelijkheden hebben om (financiële) consequenties te verbinden aan een behandeling die kwalitatief onder de maat is. Bij zorg die via het ziekenfonds geleverd wordt, moet dit gemakkelijker gemaakt worden.
Bij zorg die via de AWBZ gefinancierd wordt, kan dit al: men kan zijn eigen bijdrage terugvorderen of men kan, bij persoonsgebonden budgetten, niet of slechts een deel betalen aan de zorgaanbieder. “Niet goed, niet betalen of geld terug” moet in de zorgsector meer opgang gaan doen.
Overcapaciteit
De patiënt wordt ook meer ‘klant’ door te zorgen voor betere beschikbaarheid van zorg. Als er wachtlijsten zijn, valt er weinig te kiezen. Dit heeft tot gevolg dat er bij de planbare zorg voldoende zorgaanbod moet zijn; een lichte overcapaciteit aan professionals is nodig.
Persbericht 2
Gebruik van Internet kan tot minder bezoeken aan de huisarts leiden
Zoetermeer, 2 september 2003 – Alhoewel de huisarts nog altijd de belangrijkste bron van informatie is als men een gezondheidsprobleem heeft, neemt het belang van Internet toe. Meer dan 75% van de Internetgebruikers zou via het Internet vragen aan hun huisarts willen stellen. Wanneer dit zou kunnen denkt 40% van hen minder vaak naar de huisarts te gaan; slechts 7% zegt vaker te zullen gaan. Dit blijkt uit de resultaten van onderzoek dat de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) op 2 september heeft gepubliceerd.
In het algemeen vindt men het belangrijk om te kunnen kiezen uit verschillende zorgverleners en instellingen. Zoals verwacht mag worden scoort de huisarts het hoogst. Maar liefst 93% van de ondervraagden vindt vrije huisartsenkeuze belangrijk. Ook voor ziekenhuizen, specialisten, tandartsen en verzorgings- en verpleeghuizen liggen de percentages boven de 80%. Slechts eenderde van de ondervraagden vindt het belangrijk om tussen apotheken te kunnen kiezen. Chronisch zieken vinden het kunnen kiezen belangrijker dan gezonde personen.
Bij het maken van een keuze voor een ziekenhuis gaat men voornamelijk af op eigen ervaringen, het advies van de huisarts en informatie van familie, vrienden en kennissen. Chronisch zieken kijken hier niet wezenlijk anders tegenaan.
Als belangrijke criteria voor de keuze van een ziekenhuis worden vooral goede reputatie, snel terecht kunnen, de aanwezigheid van een bepaalde specialist en de locatie van het ziekenhuis genoemd.
Bij een gezondheidsprobleem zeggen mannen vaker dat ze doen wat de arts voorstelt (circa 60%); van de vrouwen zegt de helft dat ze bij een gezondheidsprobleem zelf bepalen wat er moet gebeuren, eventueel na de arts gehoord te hebben. Hoogopgeleiden zijn meer geneigd het roer zelf in handen te houden, laagopgeleiden zeggen vaker te doen wat de arts voorstelt.
De helft van de ondervraagden prefereert een verzekering waarbij men geheel vrij is in de keuze van de huisarts, specialist en ziekenhuis ook al zou daar een hogere premie tegenover staan. Een kwart kiest voor een verzekering met een lage premie waarbij de verzekeraar bepaalt uit wie men kan kiezen. De resterende kwart weet het niet of heeft geen voorkeur.
Hoe tevreden is men?
Van degenen die in het afgelopen jaar bij een huisarts of specialist zijn geweest is tweederde in het algemeen tevreden; 27% is niet geheel tevreden en 6% is ontevreden. Vrouwen, jongeren, ziekenfondsverzekerden en chronisch zieken zijn vaker ontevreden.
Meer dan eenderde van de ontevredenheid komt doordat men te weinig informatie, onduidelijke antwoorden of onduidelijke adviezen krijgt. Ook lange wachttijden en wachtlijsten scoren hoog.
Het Internet als bron van informatie en zijn impact
De huisarts wordt als verreweg de belangrijkste bron van informatie gezien wanneer men een gezondheidsprobleem heeft. Daarnaast zoekt 70% van de Internetgebruikers bij een gezondheidsprobleem via het Internet wel eens naar informatie over zo’n probleem; bijna 20% doet dit in zo’n geval vaak of altijd. Vrouwen doen dit meer dan mannen en chronisch zieken vaker dan gezonden.
Voor de gang naar de huisarts maakt het raadplegen van gezondheidsinformatie via Internet volgens de geënquêteerden niet zoveel uit: 80% zegt dat dit geen verschil maakt, 14% zegt hierdoor minder vaak te gaan. Slechts 2% zegt hierdoor vaker te gaan.
De helft van degenen die gezondheidsinformatie via het Internet hebben verkregen bespreekt deze informatie soms met hun dokter; 10% doet dit vaak. Onder chronisch zieken liggen deze percentages hoger dan onder gezonden. Meer dan de helft van de ondervraagden weet niet of zijn of haar arts dit op prijs stelt. Iets meer dan 10% denkt dat dit niet het geval is. 20% van de ondervraagden denkt dat deze bespreking invloed heeft op de keuze van de therapie; ongeveer 40% denkt dat dit geen invloed heeft. Chronisch zieken zijn in dit opzicht positiever; van hen denkt 30% dat dit invloed heeft.
Bijna een kwart van de ondervraagden zegt dat de via het Internet verkregen informatie aanleiding was om de levensstijl te veranderen ofwel gezonder te gaan leven. Onder chronisch zieken is dit percentage nog hoger.
Producten en diensten via het Internet
Rond 10% van de ondervraagden heeft wel eens gezondheidsproducten via het Internet gekocht. In de meeste gevallen ging het daarbij om vitamines.
In vergelijking met een eerdere studie ziet een toenemend aantal ondervraagden iets in therapie of in gezondheidsbewaking via het Internet. Voor therapie is dit overigens geringer: bijna één op de drie ondervraagden; meer dan de helft denkt dat op termijn het bewaken van de eigen gezondheid via Internet een reële optie is.
Ongeveer 70% van de ondervraagden zou zijn gegevens over zijn eigen gezondheidstoestand via Internet willen kunnen raadplegen, indien men (chronisch) ziek is.
|
korte inhoud
persbericht
downloads
reacties
nieuws
|