Geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg: twee culturen, één werkelijkheid?
Op dit moment liggen twee wetsvoorstellen ter behandeling in de Twee Kamer: de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (WvGGZ) en de Wet forensische zorg (WFZ). De WvGGZ, die de huidige Wet BOPZ moet vervangen, heeft betrekking op door een (civiele) rechter op te leggen verplichte behandeling in de geestelijke gezondheidszorg. Het doel blijft – net zoals in de BOPZ - om schade voor de patiënt en/of omgeving af te wenden. De verplichte zorg moet echter meer op maat gegeven kunnen worden en daardoor maakt de nieuwe wet het mogelijk om iemand buiten een instelling verplichte begeleiding te geven. De WFZ betreft geestelijke gezondheidszorg die een strafrechter aanvullend of in plaats van een vrijheidsstraf op kan leggen.
De Ministers van VWS en Justitie en Veiligheid vragen de RVZ om een advies over de implementatie van beide wetten. Lees het verzoek van de minister aan de Raad.
Beide wetten zorgen ervoor dat er voor de geestelijke gezondheidszorg een grotere nadruk op het belang van openbare orde en veiligheid komt te liggen. Nu is het de vraag of de geestelijke gezondheidszorg in staat is om strafrechtelijk veroordeelden te behandelen. Aan deze vraag ligt echter een andere vraag ten grondslag: hebben strafrechtelijk veroordeelde psychiatrische cliënten dusdanig andere kenmerken dan reguliere GGZ-cliënten, dat dit een andere behandeling, behandelaar en/of behandelomgeving vereist? Wanneer er specifieke kenmerken bestaan, dan biedt dit mogelijk aangrijpingspunten voor preventie van zwaardere zorgvormen en van crimineel gedrag. Samenwerking tussen politie, justitie en GGZ is hiervoor noodzakelijk.
De RVZ zal in dit advies antwoord geven op de vraag hoe ingespeeld kan worden op de mogelijk nadelige praktische gevolgen van de invoering van de WvGGZ en de WFZ voor de reguliere geestelijke gezondheidszorg, de geestelijke gezondheidszorg in detentie en de psychiatrische zorg binnen het forensische zorgsysteem.
De Raad zal samenwerken met kennisinstellingen van zowel VWS als Justitie en Veiligheid. Daarnaast is, vanwege het specifieke expertiseniveau een drietal externe achtergrondstudie(s) uitgezet.
Het advies verschijnt in het voorjaar van 2012.
Hier vindt u het plan van aanpak.
Verantwoordelijke raadsleden zijn: prof. dr. D.L. Willems en mw. E.R. Carter, MBA. De projectleider is mr. Marina de Lint. De projectgroep bestaat verder uit drs. P. Vos, mw. A. Zarrinkhameh, mw. M. Noteboom en mw. N. Buijs.
Wilt u in contact treden met de projectgroep? Neemt u dan contact op met Nathalie Buijs, projectsecretaresse: nl.buijs@rvz.net, tel. 070-3407125.
