Categorie: Advies

Bekwaam is bevoegd Innovatieve opleidingen en nieuwe beroepen in de zorg

De inhoud van opleidingen en beroepen in de zorg verschuift. Door de veranderende vraag wordt een beroep wordt gedaan op andere competenties en een grotere diversiteit aan beroepen. De vaste beroependomeinen verdwijnen en een afgeslankte beroepenstructuur blijft over.

Welk probleem lost dit advies op?

Zorgverleners zullen in de toekomst beter zijn toegerust voor preventie van ziekte en het langdurig ondersteunen van chronisch zieken.

Wat zijn de gevolgen voor de patiënt?

De patiënt krijgt zorg op maat van een zorgverlener die de kennis en kunde heeft die nodig zijn voor zijn behandeling. De zorgverlener is continue bijgeschoold in kennis en vaardigheden die patiënten nodig hebben.

Wat zijn de gevolgen voor de zorgverlener?

De zorgverlener heeft een opleiding genoten die meer is toegesneden op het uit te voeren beroep en hij/zij beschikt over de juiste competenties voor de taken. Als de zorgverlener aantoonbaar bekwaam is, is hij ook bevoegd om te handelen. De organisatie van de zorg kent een grotere verscheidenheid dan nu, aangepast aan de aard van het werk (complex, routinematig, diagnostisch)

Wat kost het?

Er zijn zowel besparingen mogelijk, als intensiveringen noodzakelijk. Een berekening is niet gemaakt.

Wat is nieuw?

Bekwaam is bevoegd. Meer integrale bekostiging en zorgstandaarden. Verplichte bij- en nascholing . Meer diversiteit in opleidingstrajecten, met kortere basisopleidingen. Meer mogelijkheden voor taakherschikking.

Aanbevelingen

1. Stimuleer taakherschikking en ruim hindernissen daarvoor uit de weg.

We bevelen onderwijsinstellingen, brancheorganisaties en beroepsorganisaties het volgende aan.

  • Duidelijkheid te scheppen over verantwoordelijkheden. De Handreiking Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg (KNMG 2010) is een startpunt voor verbetering.
  • Inzicht geven in competenties van beroepsgroepen. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door geaccrediteerde competentieprofielen te ontwikkelen voor opleidingen en cursussen, door te werken met EVC’s (Eerder Verworven Competenties) en opleidingen meer op elkaar af te stemmen. Met dit laatste wordt gedoeld op de gemeenschappelijke trunk die veel opleidingen hebben, maar die nog niet als zodanig wordt herkend op de opleidings- en arbeidsmarkt.
  • Overbruggen van cultuurproblemen. Er kan een goede start worden gemaakt door aandacht te schenken aan samenwerken bij het opleiden van nieuwe professionals. Kennis van de competenties van andere professionals (op alle niveaus: van artsen en specialisten tot helpenden en verzorgenden) vormt hier een belangrijk onderdeel van.

We bevelen de minister van VWS, zorgverzekeraars, de NZa en het CVZ de volgende maatregelen aan:

  • Laat het vereiste in de Wet BIG dat iemand voor het verrichten van voor behouden handelingen bekwaam én bevoegd moet zijn, los. De eis van bekwaamheid volstaat. Deze bekwaamheid moet uiteraard via een adequaat kwaliteitssysteem gewaarborgd worden. Stel vast welke bekwaamheden nodig. zijn voor specifieke voorbehouden handelingen en via welke opleiding die bekwaamheden verkregen worden. Bekwaamheid mag verondersteld worden als men met goed gevolg zo’n opleiding heeft afgerond. Vervolgens wordt bekwaamheid via het systeem van bij- en nascholing op peil gehouden.
  • Geef uitvoering aan het voornemen om integrale bekostiging – behalve voor diabeteszorg en cardiovasculair risicomanagement – ook mogelijk te maken voor COPD en hartfalen.
  • Integrale bekostiging van een chronische aandoening is vooralsnog afhankelijk van een zorgstandaard. Daarom verdient totstandkoming van zorgstandaarden voor andere chronische aandoeningen zoals obesitas, astma, depressie, dementie en cva krachtige ondersteuning.
  • Voer een functioneel omschreven verstrekking ‘eerstelijnszorg’ in. Dit bevordert taakherschikking in de eerste lijn en innovatie in de eerstelijnszorg.
  • Wijzig het DBC-systeem volgens DOT in zoverre dat elke feitelijke hoofdbehandelaar de DBC kan openen en sluiten.

2. Bevorder een innovatieve instellingscultuur.

We bevelen zorgbestuurders en raden van toezicht het volgende aan:

  • Streef naar zoveel mogelijk innovatieve, ondernemende mensen op sleutelposities in de organisatie.
  • Zorg voorbijscholing van bestuurders en managers in moderne managementvaardigheden;
  • Bevorder continue bijscholing van zorgmanagers en vernieuwende bij- en nascholing voor beroepskrachten en ander personeel.

3. Stimuleer patiënten tot zelfmanagement en zelfzorg.

  • We bevelen onderwijsinstellingen, brancheorganisaties en beroepsorganisaties aan:
  • De begeleiding van zelfmanagement en zelfzorg te verbeteren.

We bevelen de minister van VWS, zorgverzekeraars, de NZa en het CVZ de volgende maatregelen aan:

  • Breidt integrale bekostiging van chronische aandoeningen uit, zoals eerder aanbevolen.
  • Waarborg de toegang tot betrouwbare en actuele informatie voor patiënten.
  • Stel patiëntenorganisaties in staat aan hun leden voorlichting en instructie te geven, gericht op zelfmanagement en zelfzorg.

4. Baseer het zorgonderwijs consequent op het verwerven en onderhouden van competenties.

  • We bevelen onderwijsinstellingen, brancheorganisaties en beroepsorganisaties het volgende aan.
  • Maak in de opleiding onderscheid tussen een vast basisgedeelte en een daarop volgend variabel gedeelte.
  • Werk de Canmeds competenties en rollen uit in profielen voor het werken in verschillende typen organisaties. Houd daarbij rekening met de competenties die voor het werk met mensen met chronische aandoeningen extra aandacht behoeven.
  • Stem de eindtermen van (vervolg)opleidingen onderling meer op elkaar af. Leerprocessen kunnen daardoor verschillend worden ingericht, mits de competenties en de eisen waaraan moet worden voldaan duidelijk zijn omschreven.

5. Maak bij- en nascholing tot een krachtig instrument om het beroep continu aan te passen aan wat patiënten nodig hebben.

  • We bevelen de minister van VWS en beroepsorganisaties het volgende aan.
  • Voer periodieke herregistratie voor alle artikel 3-beroepen in;
  • Werkervaring volstaat niet als criterium voor herregistratie; er moet ook een wettelijke verplichting tot deskundigheidsbevorderende activiteiten (bij- en nascholing) komen.
  • Deze activiteiten maken deel uit van een bij- en nascholingsplan, dat bij voorkeur door de desbetreffende beroepsorganisatie is opgesteld.
  • Het is niet voldoende dat aan bij- en nascholing wordt deelgenomen. Er moet ook een toets worden afgelegd, waaruit blijkt wat er geleerd is.

6. Versterk de onderlinge samenwerking en afstemming in het zorgonderwijs.

  • Wij bevelen zorgorganisaties, opleidingsinstituten en de minister van VWS het volgende aan:
  • Werk mee aan de vorming van innovatieve samenwerkingsverbanden tussen opleidingsinstituten onderling en met andere maatschappelijke instellingen.
  • Bevorder het functioneren van een onafhankelijke en gezaghebbende organisatie, die de afstemming van beroepen en opleidingen op de toekomstige zorgvraag signaleert, aanjaagt, draagvlak daarvoor creëert en monitort.

Samenvatting

De gezondheidszorg krijgt te maken veranderingen in de vraag naar zorg. De bevolking vergrijst, de culturele diversiteit neemt toe en steeds meer mensen leven met chronische aandoeningen, ouderen vaak met verschillende tegelijk.

Dit is ook in andere westerse landen het geval. Aan professionals, hun opleiding en hun manier van werken worden andere eisen gesteld, maar ze blijken er niet adequaat voor opgeleid. En de wijze waarop de beroepsuitoefening is geregeld verhindert vaak dat de juiste man of vrouw op de juiste plaats komt. Is dat ook in Nederland het geval?

Aan de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg zijn daarom de volgende vragen gesteld.

1. In welke richting moet de inhoud van beroepen verschuiven?
2. Wat betekent dit voor competenties en opleidingen?
3. Welke maatregelen zijn noodzakelijk om deze veranderingen in beroepen en opleidingen te kunnen realiseren?

De Raad beantwoordt deze vragen als volgt.

1. In welke richting moet de inhoud van beroepen verschuiven?
De inhoud van bestaande beroepen verschuift omdat door de veranderde vraag een krachtig beroep wordt gedaan op preventie en langdurige begeleiding van patiënten. De psychosociale en maatschappelijke gevolgen van chronische aandoeningen ver-gen dan systematisch aandacht. Agogische vaardigheden, communicatieve vaardig-heden en samenwerkingsvaardigheden worden belangrijker. Proactief werken krijgt een sterker accent.

Verder neemt de druk om doelmatiger te werken toe. De zorg zal afhankelijk van de aard van het werk – probleemoplossend, routinematig, communicatief – verschillend worden georganiseerd. Beroepen zullen in elke organisatorische omgeving andere accenten krijgen. Tegelijkertijd maken wetenschappelijke vooruitgang en nieuwe technologie het mogelijk om zonder kwaliteitsverlies taken van hoger opgeleide beroepsbeoefenaren naar lager opgeleiden te verschuiven. In een aantal gevallen kan de patiënt zelf een deel van de diagnostiek en behandeling uitvoeren. Gezondheid 2.0 en nieuwe technologie maken dit steeds beter mogelijk.

2. Wat betekent dit voor competenties en opleidingen?
Er ontstaat meer dynamiek en diversiteit. Dit heeft tot consequentie dat er per beroep verschillende competentieprofielen gaan ontstaan en dat de competentieprofielen van verschillende beroepen elkaar deels gaan overlappen. Vaste beroepsdomeinen gaan tot het verleden behoren en de toekomst is aan een systeem van bewezen losse competenties op basis van een afgeslankte beroepenstructuur.

In het geheel van competenties ligt de nadruk sterk op kennisverwerving, maar er zal meer aandacht moeten komen voor vaardigheden en professioneel gedrag. Voor alle beroepen zijn het kunnen toepassen van ICT en het kunnen samenwerken met personen van andere disciplines en professies belangrijk. Patiënten begeleiden bij zelfmanagement en verandering van leefstijl zijn nieuwe taken die competenties vergen waarover niet elk beroep hoeft te beschikken. Het is wel belangrijk dat ze aanwezig zijn in het team, zodat aan de lokale zorgvraag kan worden voldaan.

Het is belangrijk dat opleidingen zich richten op de behoeften van de patiënten. Ook is er meer flexibiliteit in de opleidingen nodig om de doorstroom naar andere functies (horizontaal en verticaal) te bevorderen. Gefaseerde en flexibele leertrajecten moeten een leven lang leren mogelijk maken. Hierdoor kunnen professionals hun talenten optimaal ontplooien en krijgen zij een ruimer carrièreperspectief. Competentiegericht onderwijs vormt daartoe de sleutel.

Het systeem van bij- en nascholing moet minder vrijblijvend worden. Het moet een krachtig instrument worden om het beroep continu aan te passen aan wat patiënten nodig hebben. Individuele beroepsbeoefenaren leren hierdoor nieuwe kennis en vaardigheden en blijven op de hoogte van ontwikkelingen. Speciale aandacht is nodig voor beroepen die niet onder de Wet BIG vallen, zoals verzorgenden, en waarbij een tekort is aan bij- en nascholing.

Voorlichting en instructie aan patiënten en mantelzorgers moeten meer aandacht krijgen. Dat draagt ertoe bij dat meer zorgtaken door hen zelf kunnen worden op-gepakt en uitgevoerd.

3. Welke maatregelen zijn noodzakelijk om deze veranderingen in beroepen en opleidingen te kunnen realiseren?

De Raad vindt hiervoor de volgende maatregelen noodzakelijk.
1. Stimuleer taakherschikking en ruim hindernissen daarvoor uit de weg.

  • Schep duidelijkheid over verantwoordelijkheden.
  • Geef inzicht in competenties van beroepsgroepen.
  • Overbrug cultuurproblemen.
  • Laat bekwaamheid volstaan voor het mogen verrichten van voor-behouden handelingen.
  • Maak integrale bekostiging mogelijk voor COPD en hartfalen.
  • Bevorder de totstandkoming van zorgstandaarden voor obesitas, astma, depressie, dementie en cva.
  • Voer een functioneel omschreven verstrekking ‘eerstelijnszorg’ in.
  • Sta elke hoofdbehandelaar toe een DBC te openen en te sluiten.

2. Bevorder een innovatieve instellingscultuur.

  • Benoem innovatieve en ondernemende mensen op sleutelposities in de organisatie.
  • School bestuurders en managers bij in moderne managementvaar-digheden.
  • Regel continue bij- en nascholing voor zorgmanagers, beroeps-krachten en ander personeel.

3. Stimuleer patiënten tot zelfmanagement en zelfzorg.

  • Verbeter de begeleiding van zelfmanagement en zelfzorg.
  • Breid integrale bekostiging van chronische aandoeningen uit.
  • Waarborg voor patiënten de toegang tot betrouwbare en actuele informatie.
  • Stel patiëntenorganisaties in staat aan hun leden voorlichting en instructie te geven, gericht op zelfmanagement en zelfzorg.

4. Baseer het zorgonderwijs consequent op het verwerven van competenties.

  • Maak in de opleiding onderscheid tussen een vast basisgedeelte en een daarop volgend variabel gedeelte.
  • Werk de Canmeds competenties en rollen uit in profielen voor het werken in verschillende typen organisaties.
  • Stem de eindtermen van (vervolg)opleidingen onderling meer op elkaar af.

5. Maak bij- en nascholing tot een krachtig instrument om het beroep continu aan te passen aan wat patiënten nodig hebben.

  • Voer periodieke herregistratie voor alle artikel 3-beroepen in;
  • Voer voor deze beroepen een wettelijke verplichting tot deskundigheidsbevorderende activiteiten in.
  • Stel voor deze activiteiten een bij- en nascholingsplan op.
  • Toets het resultaat van de bij- en nascholing.

6. Versterk de onderlinge samenwerking en afstemming in het zorgonderwijs.

  • Ga samenwerken met andere opleidingsinstituten en met maat-schappelijke instellingen
  • Bevorder het functioneren van een onafhankelijke en gezagheb-bende organisatie, die de afstemming van beroepen en opleidingen op de toekomstige zorgvraag signaleert, aanjaagt, draagvlak daar-voor creëert en monitort.

De Raad baseert zijn advies op een analyse van de ontwikkelingen in de vraag naar zorg, de wetenschap en de technologie, de beroepsuitoefening en de beroepsoplei-dingen. Deze analyse is gevoed door een drietal achtergrondstudies, zes discussie-bijeenkomsten, drie bijeenkomsten van een klankbordgroep en de gewaardeerde samenwerking met het College voor de Beroepen en Opleidingen in de Gezond-heidszorg (CBOG). De neerslag ervan treft u aan in de hoofdstukken 2 tot en met 5, die elk met conclusies worden afgesloten.

De Raad beschouwt zijn advies is een wake up call. Het is tijd namelijk tijd om na te denken over de uitdagingen waarvoor zorgverleners in de nabije toekomst komen te staan. De problemen van morgen zijn niet die van gisteren. Er zijn andere professi-onals en andere opleidingen nodig. Dit advies geeft aan wat er moet gebeuren en wie dat moet doen.

Persbericht

  • Bekwaam is bevoegd

    13 april 2011

    Het is noodzakelijk zorgprofessionals zoals artsen en verpleegkundigen anders op te leiden om ze voor te bereiden op de vraag naar zorg van morgen. Dit geldt zowel voor de initiële scholing als voor de bij- en nascholing.

    Lees meer >

Reacties