|
Nieuwsberichten15 januari 2008
Pleidooi voor licht bewindvoerderschap
Keerzijde van langer zelfstandig wonen Steeds meer ouderen kiezen ervoor zelfstandig te blijven wonen, ook wanneer zij zorg en ondersteuning nodig hebben in hun dagelijkse leven. Deze keuze heeft nogal wat consequenties; voor ouderen zelf, maar ook voor naaste familieleden en verwanten. Zij nemen vaak veel zorg- en ondersteuningstaken op zich, die bij een verblijf in een instelling door professionele hulpverleners worden uitgevoerd. Regelmatig duiken signalen op dat mantelzorgers overbelast raken. De laatste tijd heeft ook de overheid hier oog voor en worden maatregelen voorgesteld om mantelzorgers (tijdelijk) te ontlasten.
Wat hierin onderbelicht blijft is de zorg voor het financiële reilen en zeilen van deze zelfstandig wonende ouderen. Wanneer de geestvermogens afnemen, is het al moeilijk genoeg om de normale dagelijkse huishoudelijke taken te volbrengen, laat staan de periodieke financiële verplichtingen te overzien en tijdig te voldoen. Met de toenemende vergrijzing zal dit probleem alleen maar toenemen.
Bewindvoerder let op de centen In veel gevallen biedt een familielid hulp bij het regelen van de financiële zaken. Dit biedt echter niet altijd uitkomst: sommige mensen hebben geen familie die dit kan en wil doen. Maar zelfs als dit wel geval is, is dit tijdrovend omdat zij vaak achteraf zaken moeten rechtbreien of terugdraaien (aanmaningen, royementen wegens wanbetaling etc.). Bewindvoerderschap kan aan deze bezwaren tegemoet komen. Een bewindvoerder beheert het vermogen van degene die onder bewind staat. Dit kan het hele vermogen zijn, maar ook een gedeelte daarvan. Het beheren houdt in dat de bewindvoerder de verantwoordelijkheid heeft over de financiële en de praktische kant van het vermogen. De bewindvoerder kan bijvoorbeeld vaste lasten als huur, energiekosten, ziektekostenverzekering, etc. betalen, belastingaangifte doen, maar ook (bijzondere) bijstand, huurtoeslag of een persoonsgebonden budget (PGB) aanvragen.
Bewindvoerderschap kan worden ingesteld op grond van een vrijwillige overeenkomst met een professionele organisatie, maar kan ook op aanvraag worden toegekend door de kantonrechter. Alleen in het laatste geval gaat de tekeningsbevoegdheid over op de bewindvoerder. De bewindvoerder kan de zakelijke relaties die van belang zijn voor de betaling van de vaste lasten hiervan op de hoogte stellen. Dat voorkomt dat achteraf zaken moeten worden teruggedraaid.
Verantwoordingsplicht Er zijn ook nadelen verbonden aan bewindvoerderschap. Als de bewindvoerder een professionele organisatie is, zijn daar kosten aan verbonden: € 817,50 ex. BTW per jaar en een eenmalige vergoeding voor de intake van € 327,- ex. BTW. Dat is echter niet het grootste probleem. Bij een toereikend inkomen worden de kosten voor de bewindvoering verhaald op de cliënt zelf. Maar cliënten met een inkomen, dat nagenoeg gelijk is aan de bijstandsnorm kunnen een beroep doen op de Gemeentelijke Sociale Dienst voor bijzondere bijstand.
Het grootste probleem is dat bewindvoering verplichtingen met zich meebrengt voor de bewindvoerder. Die verplichtingen zijn zwaar, vooral wanneer het bewind gevoerd wordt door een familielid, dat vaak ook al mantelzorg biedt. Zo moet de bewindvoerder een lijst maken met een beschrijving van alle goederen die onder het bewind vallen, een overzicht van de samenstelling van het vermogen, de inkomsten, de uitgaven, de schulden en vorderingen. Ook moet hij ervoor zorgen dat bij de goederen die in een openbaar register zijn opgenomen, de bewindvoering en de naam van de bewindvoerder worden vermeld. Eén keer per jaar en aan het einde van het bewind moet de bewindvoerder tegenover de betrokkene rekening en verantwoording afleggen. Hij moet dan precies kunnen aantonen wat er allemaal door hem is geregeld en uitgegeven en hij moet met de bewijsstukken daarvan komen. Dit gebeurt in het bijzijn van de kantonrechter. Is de betrokkene niet in staat hierbij te zijn, dan legt de bewindvoerder verantwoording af aan de kantonrechter.
Kan het niet wat minder? Wij zien de noodzaak van dit verantwoordingsregime in als het gaat om een professioneel handelend bewindvoerder. Misbruik komt immers voor. Maar we vragen ons af of dit regime niet te streng is wanneer een naaste het bewind voert. In de praktijk regelt deze naaste vaak al het financiële reilen en zeilen van zijn familielid. De toegevoegde waarde van een door de kantonrechter ingesteld bewind is de tekeningsbevoegdheid. We denken dat een aangepaste vorm van bewindvoerderschap, waarvoor minder verantwoordingsverplichtingen gelden, hier kan volstaan. Daartoe zou bijvoorbeeld onderscheid gemaakt kunnen worden in het type rechtshandelingen of de omvang van de financiële verplichting (het bedrag, duur) om te bepalen of wel of niet verantwoording ten overstaan van de kantonrechter moet worden afgelegd. We betwijfelen ook de noodzaak van het jaarlijks ter zitting afleggen van verantwoording door de bewindvoerder. In plaats daarvan kan ook worden volstaan met administratieve verantwoording en alleen wanneer daartoe aanleiding is verantwoorden ten overstaan van de kantonrechter. Het aardige is dat de wet niet hoeft te worden aangepast om ‘licht bewindvoerderschap’ door mantelzorgers in te stellen. Het zijn de gezamenlijke kantonrechters die daartoe kunnen besluiten.
|