RVZ, raad voor de Volksgezondheid & Zorg
terug naar homecontactwegwijzerenglish
 



Nieuwsberichten

23 juli 2007

Zorgondersteuning van de wieg tot het graf?

De juiste balans tussen professionele en informele zorg
Zorg verlenen aan een zieke of aan iemand met een beperking, gaat de meeste mensen goed af. Mensen doen het gewoon: uit liefde, genegenheid, vanzelfsprekendheid of plichtsgevoel. Verreweg de meeste informele zorgverleners ervaren voldoening in het geven van zorg. Dat is een belangrijke drijfveer om mantelzorg vol te houden, ook in complexe, langdurige situaties en naast andere verplichtingen. De meeste mensen willen graag zoveel mogelijk zelf zorgen voor hun hulpbehoevende partner, kind of ouder en houden professionele zorg zo lang mogelijk buiten de deur. De vraag is wel of dat vol te houden is. Het is ook de vraag waar de grens ligt tussen zorg die mensen zelf kunnen geven en zorg die professionals moeten leveren (CEG, 2007) omdat anders de kwaliteit in de knel komt.

Van overbelasting naar ontspoorde zorg
Mantelzorg kan onbedoeld flink uit de hand lopen, omdat familieleden overschatten wat ze aankunnen. Als de zorglast zwaar is en groter is dan wat iemand eigenlijk aankan, is er sprake van ‘overbelasting’. En overbelasting kan gemakkelijk ontaarden in zogenaamde ‘ontspoorde zorg’. Dat is (mantel)zorg die omslaat in verkeerde zorg met schadelijke gevolgen voor de hulpbehoevende, zoals mishandeling en verwaarlozing. Ontspoorde zorg ontstaat vaak sluipenderwijs. Ze komt niet voort uit wraakzuchtige motieven, maar uit onkunde, onmacht, frustratie, onwetendheid en overbelasting. Het is daarbij niet altijd duidelijk wie de dader is en wie het slachtoffer en wanneer een normale zorgrelatie is overgegaan in mishandeling. Wel is duidelijk dat ontsporing op de loer ligt, als mantelzorgers te lang wachten met het inschakelen van professionele zorg. Uit verkennend onderzoek blijkt dat isolatie van de mantelzorger (het gevoel er alleen voor te staan) en tekortschietende professionele zorg het meest worden genoemd als omstandigheden waardoor zorg kan ontsporen (RVZ, 2006).

Ontspoorde zorg kan leiden tot ouderenmishandeling
Ouderenmishandeling komt voor in gezins- of familierelaties, maar ook in relaties met beroepskrachten. De mishandeling kan het resultaat zijn van zowel actief (plegen van handelingen) als passief (nalaten van handelingen) gedrag. Vaak is ouderenmishandeling moedwillig, soms is het een gevolg van overbelasting: ontspoorde zorg (Vilans, kenniscentrum ouderen, 2007). Een derde van mantelzorgers van dementerende ouderen maakt zich schuldig aan een vorm van ouderenmishandeling. Van de 100 dementerende ouderen hebben er 10 te maken met fysiek geweld en 30 met verbaal geweld. Ook bij beroepskrachten kan overbelasting ontaarden in ontspoorde zorg. Ook beroepskrachten doen demente ouderen geweld aan uit onkunde, onmacht, hoge werkdruk of gebrek aan aandacht. Bijvoorbeeld door hen geen bewegingsvrijheid te geven en hen vast te binden op een stoel of in bed. Dat kan tot gevaarlijke situaties leiden als de betrokken patiënt zich toch los probeert te maken. De beroepsgroep verplegenden en verzorgenden signaleert dit probleem zelf en roept op tot discussie hierover (Zorg en welzijn, april 2007). Over ouderenmishandeling is al vaker de noodklok geluid en voor de bestrijding ervan is aandacht gevraagd van gemeenten en lokale organisaties die met ouderen te maken hebben.

Bestrijding van ouderenmishandeling
De aanpak van ouderenmishandeling valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Sinds de invoering van de WMO hebben zij de regie in handen. De invulling hangt van de omstandigheden per gemeente af. In de aanpak tot nu toe zijn er opmerkelijk veel parallellen met die van kindermishandeling. De oorzaken komen overeen (onmacht, onkunde, gebrek aan aandacht), evenals de signalering (tijdens contactmomenten in de hulpverlening) en de aanpak van de bestrijding van de mishandeling. Bijna 200 gemeenten hebben naast meldpunten voor kindermishandeling ook meldpunten voor ouderenmishandeling ingesteld. Behalve Advies- en Meldpunten Kindermishandeling zijn er nu ook Advies- en Steunpunten Huiselijk Geweld. Naast de aloude consultatiebureaus voor baby’s en jonge kinderen, rijzen nu ook de consultatiebureaus voor ouderen als paddenstoelen uit de grond. Naast de door minister Rouvoet en door sommige wethouders bepleite verplichte opvoedingsondersteuning voor ouders hebben gemeenten ook de taak mantelzorgondersteuning en respijtzorg te regelen. Nog even en de Centra voor jeugd en gezin kunnen, zoals in Duitsland al het geval is, uitbreiden en ondersteuning bieden van de wieg tot het graf.

Bronnen:

  • Onmacht of onkunde van het personeel? In: Zorg en Welzijn, 13 (2007) 4 (4 april. 11).
  • Factsheet Ouderenmishandeling en WMO, website Vilans, kenniscentrum ouderen.
  • Centrum voor ethiek en gezondheid/Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, signalement Formalisering van informele zorg. Over de rol van ‘gebruikelijke zorg’ bij de toekenning van professionele zorg, Den Haag, CEG, 10 juli 2007.
  • Informele zorg. Het aandeel van mantelzorgers en vrijwilligers in de langdurige zorg. Achtergrondstudie bij het advies Mensen met een beperking in Nederland. Zoetermeer, RVZ, 2006.



Gekoppelde adviezen:

Mensen met een beperking in Nederland: de AWBZ in perspectief
CEG signalement Formalisering van informele zorg