|
Nieuwsberichten13 maart 2007
Veilige melders of veilige patiënten?
De kwestie Shipman Harold Frederick Shipman werd in 2000 veroordeeld voor de moord op vijftien oude dames. Shipman was huisarts en de dames waren patiënten van hem. Onderzoek wees uit dat Shipman tussen 1975 en 1998 zeker 215 patiënten had vermoord en waarschijnlijk nog 45 meer. De meeste slachtoffers werden thuis gedood, met een injectie tijdens een meestal onaangekondigde middagvisite. Hij vermelde op de overlijdensakte een plausibele doodsoorzaak, vaak met verzonnen medische gegevens onderbouwd. Hoe kon het dat een huisarts bijna 25 jaar aan de lopende band patiënten vermoordde, zonder dat iemand argwaan kreeg of actie ondernam? Shipman werd in 1975 veroordeeld wegens drugsgebruik, maar de tuchtrechter liet hem zonder toezicht zijn praktijk uitoefenen. Klachten in 1985, 1989, 1992 en 1995 resulteerden niet in een onderzoek naar de praktijkvoering van Shipman. De National Health Service (NHS) hield geen statistiek bij van overlijdensgevallen in huisartsenpraktijken en had geen systeem om huisartsen periodiek te beoordelen.
Engeland beperkt zeggenschap medische professie Eind februari 2007 publiceerde de Engelse regering drie lijvige rapporten. De harde boodschap: artsen moeten zeggenschap over hun eigen professie inleveren. Dit met een verwijzing naar de kwestie-Shipman en een aantal andere kwesties, waarin het vertrouwen in artsen ernstig werd beschaamd. De General Medical Council, die de naleving van de medische standaard bewaakt, verliest het recht om te bepalen of een falende arts zijn praktijk mag blijven uitoefenen. Daarvoor wordt een nieuw orgaan ingesteld, dat bestaat uit rechters, leken en artsen. De General Medical Council (GMC) wordt kleiner en zal voor de helft uit leken en de helft uit artsen gaan bestaan. De GMC is een bij wet ingesteld orgaan dat nu nog door artsen wordt gedomineerd.
Nederland vertrouwt zijn artsen In Nederland is het met het vertrouwen in artsen goed gesteld. Het NIVEL en de Consumentenbond houden dit bij. Volgens hen heeft meer dan 90% van de Nederlanders veel vertrouwen in huisartsen en medisch specialisten. Bij nader doorvragen komt echter een genuanceerder beeld naar voren. Gemiddeld verwacht ongeveer tweederde van de mensen goed te worden voorgelicht door de zorgverlener. Slechts de helft vertrouwt erop dat het goed gesteld is met het vakbekwaam handelen van artsen. Terwijl dit volgens artsen zelf het belangrijkste is waarvoor hun professionaliteit moet instaan. Nog veel minder vertrouwen stelt men in het feit dat artsen goed samenwerken (gemiddeld 25%). Dit is een pijnlijke constatering, omdat samenwerken voor de kwaliteit van het medisch handelen steeds belangrijker wordt.
De kwestie St Radboud Een concreet voorbeeld van gebrekkig samenwerken met ernstige consequenties levert het onderzoek op naar de kwaliteit en veiligheid van de cardiochirurgische zorgketen in het UMC St Radboud te Nijmegen. Het rapport van de externe onderzoekscommissie (april 2006) spreekt van een tekortschietend zorgproces: weinig afstemming, weinig protocollering, weinig multidisciplinair optreden, nauwelijks uniformiteit in optreden, nauwelijks toetsing van het handelen en gebrekkig leiderschap. De onderzoekscommissie concludeert dat er in 7 van de 66 door haar besproken patiënten sprake is van mogelijk ‘vermijdbare’ sterfte. De problematiek was intern bekend, maar kwam pas naar buiten toen een anonieme klokkenluider aan de bel trok.
Veilig melden? Hoe moet tegen deze achtergrond worden aangekeken tegen het standpunt van de Inspectie voor de Gezondheidszorg dat elke instelling een systeem moet hebben waarin medewerkers incidenten 100 procent veilig kunnen melden? De reden is dat incidenten dan makkelijker boven water komen en kunnen worden gebruikt om de zorg te verbeteren. Dat is een respectabel doel. De consequentie van veilig melden is echter ook dat meldingen niet kunnen worden gebruikt om disfunctionerende hulpverleners op te sporen. En is dat wat we willen? Laden artsen en andere hulpverleners daarmee niet de verdenking op zich dat zij elkaar de hand boven het hoofd houden? Wij zijn van mening dat de veiligheid van patiënten voorop moet staan. Die veiligheid is onder meer afhankelijk van goed functionerende professionals, die zich als individu toetsbaar opstellen en zich zonodig door hun professie of instelling laten corrigeren. Als voor elke professional geldt dat zijn functioneren periodiek wordt beoordeeld, kan er geen bezwaar tegen bestaan dat incidenten - die iedereen overkomen - daarbij worden betrokken. Om een vertekend beeld van ieders functioneren te voorkomen en een faire beoordeling mogelijk te maken is het dan juist nodig dat - intern - wordt bijgehouden op wie meldingen betrekking hebben.
|