RVZ, raad voor de Volksgezondheid & Zorg
terug naar homecontactwegwijzerenglish
 



Nieuwsberichten

29 juni 2006

Prestatiecijfers, regeldruk en zorggarantie

Het publiek maken van prestatie-indicatoren heeft vooralsnog minder bijgedragen aan kwaliteitsverbetering dan aanvankelijk werd beoogd. Zo blijken prestatie-indicatoren nauwelijks effect te hebben op het gedrag van zorgkiezers, zoals patiënten, verwijzers en verzekeraars. Het gebruik van prestatie-indicatoren moet worden gezien als een sociaal experiment dat vraagt om een behoedzame en stapsgewijze aanpak, voortdurende evaluatie en gedegen effectonderzoek. Essentieel is ook de inbreng van de betrokken professionals zelf. Dat blijkt uit het signalement van het Centrum voor ethiek en gezondheid Vertrouwen in verantwoorde zorg? Effecten van en morele vragen bij het gebruik van prestatie-indicatoren dat vrijdag 23 juni jl. werd gepresenteerd tijdens een minisymposium. Opmerkelijk was de inbreng van de voorzitter van de RVZ, Rien Meijerink, om aan prestatie-indicatoren een zorggarantiemodel te koppelen en de constatering van professor Anne Ruth Mackor dat de wettelijke zorgplichtbepalingen niet tot de beoogde deregulering hebben geleid maar veeleer tot toename van regeldruk.

Het signalement is opgesteld door de beide in het CEG samenwerkende adviesraden, de Gezondheidsraad en de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Het signalement bevat de uitkomsten van een systematisch literatuuronderzoek naar de effecten van het gebruik van prestatie-indicatoren op zorgaanbieders, zorgprofessionals en zorgkiezers, maar ook op kosten en bureaucratie. Verder biedt het een ethische analyse van het gebruik van prestatie-indicatoren en belicht het de kansen en de risico’s ervan.
Tijdens het symposium wees een van de sprekers, professor Anne Ruth Mackor (RUG), in een reactie op het rapport op een tot nu toe onderbelicht punt. De overheid verschoof bewust de verantwoordelijkheid naar het veld en drong aan op zelfregulering, omdat ze het onwenselijk en onhaalbaar achtte gedetailleerde wettelijke normen in de gezondheidszorg voor te stellen. Meer regels, die onderling strijdig en al snel weer achterhaald zijn door de technologie, zouden immer het gevolg zijn. Het alternatief was daarom de invoering van de ‘zorgplichtbepalingen’, die zeer algemeen geformuleerd zijn en werken via zelfregulering. Naast minder regeldruk, zouden eigen verantwoordelijkheid, meer handelingsruimte en grotere bestendigheid van de regels voordelen kunnen zijn.
Volgens Mackor pakten de zorgaanbieders in de praktijk de verantwoordelijkheid niet of onvoldoende op. Dat gebeurde pas onder druk van de overheid. Het gevolg is dat de handelingsruimte juist nu met regels dichtgetimmerd is, zelfs meer dan ooit met overheidswetgeving had kunnen gebeuren. De regeldruk is dus verplaatst van de overheid naar het veld zelf en niet afgenomen. Een illustratie hiervan is de Kwaliteitswet Zorginstellingen die slechts vier pagina’s bestrijkt, terwijl de uitwerking van de wet in kwaliteitssystemen, certificatie en prestatie-indicatoren laten zien dat daar een veelvoud van pagina’s mee gemoeid is. Ook het probleem van de bestendigheid van de regels is verplaatst: de kwaliteitssystemen en prestatie-indicatoren zijn aan permanente verandering onderhevig. De opbrengst van zorgplichtbepalingen is twijfelachtig, vindt Mackor. Het heeft geen deregulering, maar verschuiving van regulering opgeleverd.

Verder dreigen volgens haar met deze in het veld ontwikkelde regelgeving het legaliteitsbeginsel en het rechtszekerheidbeginsel ondermijnd te worden. Het legaliteitsbeginsel betekent immers dat regels een wettelijke grondslag hebben. Dat hebben ze niet als andere instanties dan de overheid de zorgplichtbepalingen gaan concretiseren. Het rechtszekerheidsbeginsel betekent dat regels door burgers gekend moeten kunnen worden. Maar zorgplichtbepalingen vertellen überhaupt niet wat burgers moeten doen en ook prestatie-indicatoren schrijven geen gedrag voor, maar alleen resultaten.

In verband met de aanbieding van het signalement bracht Rien Meijerink naar voren dat het misschien tijd is om te gaan denken aan een zorggarantie. Zijn gedachte is dat je bij prestatie-indicatoren, van welke aard dan ook, niet alleen denkt aan een methode om je te informeren, maar ook aan een methode om te omschrijven waar je als burger of patiënt minstens recht op hebt. Dat is het verzekerde pakket, het basispakket in ons nieuwe stelsel. Waarom daar niet een verbinding leggen met een soort zorggarantiemodel? Het is zeker geen gemakkelijke opgave om zoiets te ontwikkelen. Toch vraagt hij zich af of het niet mogelijk zou zijn een aantal van die prestatie-indicatoren zo te formuleren dat daarmee aangegeven kan worden waar mensen tenminste recht op hebben. Een minimumnorm voor de geboden kwaliteit van zorg. Hij denkt dat dat vanuit de optiek van burgers en patiënten in een grote behoefte zou kunnen voorzien en dat het ook aansluit bij wat eerder naar voren werd gebracht door onder meer Mackor.


Gekoppelde adviezen:

CEG signalement: Vertrouwen in verantwoorde zorg?