Commissie meisjesbesnijdenis adviseert: Schooljeugd vaker lichamelijk onderzoeken ter voorkoming van meisjesbesnijdenis, mishandeling en seksueel misbruik Zoetermeer, 23 maart 2005 - De Jeugdgezondheidszorg moet alle kinderen vaker lichamelijk onderzoeken. De intensieve contacten op consultatiebureaus moeten worden voortgezet met regelmatige controles – op 6, 9 en 13-jarige leeftijd – van alle schoolkinderen. Bovendien moet er een meldplicht komen. Zo kunnen meisjesbesnijdenis, maar ook andere vormen van kindermishandeling en seksueel misbruik, veel intensiever dan tot nu toe worden gesignaleerd, en liever nog voorkómen. Dat adviseert de Commissie Bestrijding Vrouwelijke Genitale Verminking aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Zorg, drs. J.F. Hoogervorst. De voorzitter van de speciaal hiervoor geïnstalleerde commissie, drs. F.B.M. Sanders, heeft het advies op woensdag 23 maart jl. overhandigd aan de Minister. De commissie heeft onderzocht of en zo ja hoe vaak meisjesbesnijdenis voorkomt onder meisjes die in Nederland wonen. Een enquête onder zorgverleners, scholen en andere hulpverleners, en gesprekken met mensen die van oorsprong afkomstig zijn uit landen rond de Sahara, waar meisjesbesnijdenis voorkomt, wijst uit dat er tenminste 50 meisjes per jaar besneden worden. Wil je meisjesbesnijdenis uitbannen dan moet er dus iets gebeuren. Controle van deze specifieke groep, zoals eerder werd voorgesteld in de Tweede Kamer, is niet wenselijk en evenmin haalbaar. De overheid heeft daarvoor geen bevoegdheden. De commissie stelt daarom een intensivering van de Jeugdgezondheidszorg voor, ook al omdat, zoals recentelijk nog is gebleken, andere onder schoolkinderen voorkomende problemen als mishandeling en seksueel geweld nu onvoldoende worden opgemerkt. Naar het oordeel van de commissie is het de Jeugdgezondheidszorg die de wettelijke taak, de contacten en de infrastructuur heeft om deze zorgtaak uit te kunnen voeren.Gedegen lichamelijk onderzoek dient standaard onderdeel uit te maken van de contactmomenten op het 6e, 9e en 13e jaar. Onderzoek van de externe genitalia maakt daar deel van uit. De genoemde problemen zullen dan vaker aan het daglicht komen. Hiervoor zullen professionals wel over meer deskundigheid moeten beschikken dan nu vaak het geval is. Gekoppeld aan deze intensivering van contactmomenten vindt de commissie dat een meldplicht voor kindermishandeling, waaronder meisjesbesnijdenis, voor alle medische professionals aan de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling noodzakelijk is. Deze zogenoemde AMK’s hebben vervolgens een aangifteplicht aan het Openbaar Ministerie voor kindermishandeling, waaronder meisjesbesnijdenis. Het besluit om te vervolgen komt hierdoor bij het OM te liggen. De controles zijn niet verplicht. De commissie meent dat, met zorgvuldige opvolging bij alle ouders die hun kinderen onttrekken aan de controles, de signalering van problemen voldoende kan worden gewaarborgd. Meisjesbesnijdenis is strafbaar in Nederland. En hoewel uit het onderzoek dat de commissie heeft ingesteld blijkt dat het met een zekere regelmaat voorkomt, is er nog nooit vervolging ingesteld. Om de mogelijkheden voor vervolging te vergroten, moet de verjaringstermijn later ingaan, namelijk op 18-jarige leeftijd van het slachtoffer in plaats van, zoals nu, op het moment van het misdrijf. Bovendien stelt de commissie voor meisjesbesnijdenis als specifieke vorm van mishandeling op te nemen in het Wetboek van Strafrecht. Dat maakt duidelijk aan ouders dat meisjesbesnijdenis een misdrijf is. De commissie is van mening dat door de combinatie die zij voorstelt van voorlichting, handhaving en deskundigheidsbevordering meisjesbesnijdenis en andere vormen van kindermishandeling en seksueel misbruik beter opgemerkt en voorkomen worden. Om alle maatregelen mogelijk te maken is een bedrag nodig van 10 tot 14 miljoen euro, dat vooral bestemd is voor deskundigheidsbevordering, capaciteitsuitbreiding bij de Jeugdgezondheidszorg en de AMK’s. De commissie vindt dat een acceptabele investering om mishandeling, seksueel misbruik en een scala van andere gezondheidsproblemen onder schooljeugd te voorkomen, naast effectieve bestrijding van meisjesbesnijdenis. De commissie, onder voorzitterschap van RVZ-voorzitter drs. F.B.M. Sanders, bestaat uit mw. J. Bijlsma-Schlösser, mw. mr. S. Hassan Saïd, mw. drs. M. Hassan Mohamed, prof. dr. J. Hermanns, mw. prof. dr. J.P. Holm, prof. dr. G.G.J. Knoops, mw. mr. B. Mac-Lean, mw. prof. J.M. Richters en W. Timmer.
|
korte inhoud
persbericht
downloads
reacties
nieuws
|