RVZ, raad voor de Volksgezondheid & Zorg
terug naar homecontactwegwijzerenglish
 



Uitgebrachte adviezen - persbericht

De patient beter aan zet met een Zorgconsumentenwet?


Positie van de patiënt moet sterker worden
RVZ adviseert oprichting kennis- en adviescentrum

Den Haag – 9 november 2006
In de zorgsector staat de patiënt ten onrechte buiten spel. Dat constateert de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg in zijn advies De patiënt beter aan zet met een Zorgconsumentenwet? dat op donderdag 9 november jl. aan de minister van VWS is aangeboden. In dit spoedadvies beveelt de Raad de overheid aan de positie van de patiënt te versterken. Niet door patiëntenrechten te bundelen in een Zorgconsumentenwet, maar door een kennis- en adviescentrum op te richten voor patiëntenrechten. Van daaruit kan de positie van de patiënt, die juridisch in tal van wetten is verankerd, worden versterkt.

In het nieuwe zorgstelsel wordt veel verwacht van de patiënt: hij moet een ‘zorgconsument’ worden, die op grond van vergelijkende informatie rationele keuzes maakt en daarmee zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars aanzet tot kwaliteitsverbetering. Is dit reëel? Is de patiënt hiervoor wel voldoende toegerust? De RVZ denkt van niet. De rechtspositie van de patiënt vertoont lacunes, ook daar waar die positie in het bijzonder van belang is om diens rol als zorgconsument waar te kunnen maken.

De Raad ziet tekortkomingen in het recht op vergelijkende keuze-informatie. De bepaling in de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) is ontoereikend. De patiënt kan daar geen recht aan ontlenen op vergelijkende informatie over de kwaliteit en resultaten van zorg bij specifieke aandoeningen. En dat is voor het succes van de nieuwe zorgverzekering nu juist van belang. Een ander probleem is de ontoegankelijkheid van de patiëntenrechten. Dit geldt in het bijzonder voor het recht van de patiënt op verantwoorde zorg. Dat is ernstig, want zolang niet of moeilijk te achterhalen is wat een patiënt in een concrete situatie van een zorgverlener of zorgverzekeraar mag verwachten, wordt niet alleen het onderhavige recht ondermijnd, maar ook het recht van de patiënt om keuzen te maken en om te klagen.

Voor een integrale Zorgconsumentenwet lijkt een Kamermeerderheid te bestaan. Zo’n wet is volgens de Raad echter niet de oplossing. Een dergelijke wet zou veel verschillende onderwerpen moeten regelen, die niet allemaal in eenzelfde juridisch kader passen. Een integrale Zorgconsumentenwet voegt niets toe aan de rechtspositie van de patiënt en draagt niet bij aan de toegankelijkheid van de patiëntenrechten.

Daarom adviseert de Raad om:

  1. De bestaande knelpunten en lacunes aan te pakken door wetgeving aan te passen.
  2. De toegankelijkheid van patiëntenrechten te verbeteren door het bewerkstelligen van thematische evaluatie(s) van patiëntenrechten, waarmee de samenhang en consistentie van de verschillende wettelijke regelingen kan worden verbeterd en kan worden aangesloten bij problemen die patiënten in de praktijk ondervinden bij het gebruik van een bepaald recht.
  3. Het instellen van een laagdrempelig kennis- en adviescentrum, dat de informatie over patiëntenrechten bijeenbrengt en ontsluit voor belanghebbenden, en dat periodiek rapporteert over de implementatie van patiëntenrechten en suggesties aandraagt voor verbetering. Dit zijn publieke taken die zo mogelijk moeten worden toebedeeld aan een bestaande organisatie of een combinatie van bestaande organisaties, waar de benodigde deskundigheid en infrastructuur (ten dele) al aanwezig zijn. De Raad beveelt aan een kwartiermaker te benoemen die de opdracht krijgt het beoogde kennis- en adviescentrum op te zetten.

• korte inhoud
• persbericht
• downloads
• nieuws